In gesprek met Ronald: Waar techniek en avontuur samenkomen bij Hanab
Hij is een doorpakker met een ouderwetse Rotterdamse werkethiek. Ronald Luhrman (58) wist vanaf jonge leeftijd dat hij de techniek in wilde. Na de lagere technische school (lts) werkte hij eerst in de bouw, de meubelmakerij en de keukeninstallatietechniek. Inmiddels werkt hij 26 jaar op de boorafdeling bij Hanab Directional Drilling. Wat hem aan dit werk trekt? ‘De buitenlucht, het avontuur en het telkens weer werken met een leuke ploeg in een nieuw gebied.’
‘Vanaf jonge leeftijd wist ik dat ik de techniek in wilde’, start Ronald Luhrman. ‘Ik was altijd bezig. Na de lts werkte ik korte tijd in de bouw. Daarna volgde ik een opleiding tot leerling-meubelmaker. Na mijn dienstplicht, kwam ik terecht in de keukeninstallatietechniek. Ik werkte er in een magazijn tot een oud-collega me vroeg voor de boorploeg van Hanab. Hele dagen werken in de buitenlucht. Ik hoefde er niet lang over na te denken.’
Horizontal Directional Drilling
Bij Hanab leert Ronald alles over HDD-boren van een ervaren, oudere collega en boormeester. ‘HDD staat voor horizontal directional drilling. Een techniek waarmee je kabels en pijpleidingen onder de grond kunt leggen op plekken waar je niet kan of mag graven. Heel handig wanneer je onder (spoor)wegen, dijken, water, een natuurgebied of privéterrein door moet. Dus wanneer onze collega’s tegen dergelijke situaties aanlopen en niet verder kunnen, worden wij ingeschakeld.
Hoe dat boren in zijn werk gaat? We verkennen altijd eerst de locatie. Wat houdt de klus in en welk materiaal hebben we nodig? Denk aan rijplaten, de boormachine, boorstangen, de boorspoeling, maar ook een kantine en koffie. Wanneer alles binnen is, gaan we de boel aansluiten, zodat we een werkend circuit vormen. Na een paar dagen kunnen we starten met de boring. Dit duurt gemiddeld een dag of twee, afhankelijk van de te doorboren afstand.’
Flexibel en vindingrijk
Ronald werkt met een specialistisch team van zo’n zeven à acht collega’s. ‘De boormeester zit in de cabine van de machine en stuurt de boorstangen de grond in. Dit heb ik zo’n zeven jaar gedaan. Inmiddels sta ik - als mud-ingenieur - achter de machine met een aantal grote kuipen. Tijdens een boring wordt er betonietwater (een vloeistof die het boorgat openhoudt) door het boorgat gepompt en grond afgezogen. Ik meng het betonietwater in één van de kuipen. In een andere kuip vangen we de afgezogen grond op. Deze controleer ik na iedere honderd meter op kwaliteit. Vervolgens zeef ik het zand eruit en recyclen we grond. Uit mijn proeven kunnen we opmaken of de grond waarin we boren stevig genoeg is om er naderhand een pijpleiding doorheen te trekken. Ook controleer ik of de samenstelling van het betonietwater de boring voldoende ondersteunt. Afhankelijk van de grond moet ik de betoniet tussentijds met andere vloeistoffen vermengen voor een beter resultaat.’
Dan lopen er nog een aantal collega’s rond. ‘Degenen die de boorstangen wisselen en koppelen bijvoorbeeld, collega’s die tussentijdse controles uitvoeren en collega’s die helpen bij het plaatsen van de pijpleidingen die uiteindelijk door de boorgang getrokken worden. Doordat we met een enorme boormachine werken, kunnen we elkaar niet allemaal zien. Een goede communicatie, met portofoons, is dus cruciaal. Wanneer de verbinding niet goed is, leggen we een boring direct stil.’ En dat is niet de enige uitdaging voor een boorder. ‘Je werkt telkens in een nieuw gebied met een ander grondtype. Dat heeft invloed op de boring en de middelen waarmee je de betoniet mengt. Ook hebben we vanwege een gebroken boorstang een keer een brandblusser met aangelaste onderdelen gebruikt om ons materiaal ondergronds terug te vinden. Je moet dus flexibel en vindingrijk zijn.’
Van Nederland tot Suriname
Ronald verrichtte onder meer boringen in Engeland, Schotland, Frankrijk, Duitsland Italië, Hongarije, Cyprus, Marokko en Suriname. ‘In Suriname werkten we zeven weken lang midden in de jungle. Met een luchtvochtigheid van 95 procent. Je zweette al op het moment dat je je hotelkamer verliet. Als boorder kom je dus overal. ‘Je moet geen heimwee hebben. Maar door onze lange dagen is er weinig tijd voor gemis. En natuurlijk bel je ’s avonds naar huis. Voorheen was ik vaak drie weken weg en één week thuis. Nu werk ik alleen nog in Nederland en België en ben ik de weekenden thuis.’ Doordeweeks verblijft Ronald met zijn collega’s in een hotel. ‘Da’s luxe, maar je maakt daarnaast lange dagen in de buitenlucht. Voor dit werk moet je dan ook sterk en fit zijn. Daarom train ik in de weekenden thuis vaak met gewichten en een loopband.’
Bijzonder aan zijn ploeg zijn de persoonlijk bedrukte veiligheidshelmen, waaraan collega’s elkaar gemakkelijk herkennen op de bouwplaats. Op die van Ronald prijkt het wapen en netnummer (010) van zijn geliefde stad. ‘Eén van mijn collega’s herken ik bijvoorbeeld aan zijn Formule 1-logo.’ Of Ronald jonge jongens een carrière als boorder aanraadt? ‘Zeker. Het is hard werken, maar ook avontuurlijk en gezellig. Zie je dat zitten? Dan leren wij jou alle kneepjes van het vak!’