Werken bij
Molema.JPG

De aorta van Windpark Fryslân

We werken aan de energietransitie op Windpark Fryslân, in het Friese deel van het IJsselmeer nabij Breezanddijk. In opdracht van het aannemersconsortium Zuiderzeewind leggen we de 110 kV-hoogspanningskabels aan die het windpark verbinden met het hoogspanningsnet van netbeheerder TenneT. Het is de langste duurzame energieverbinding over land in Nederland. Windpark Fryslân is een flinke stap in de energietransitie: 89 windturbines die jaarlijks ongeveer 1.500 GWh aan groene stroom produceren, evenveel als het stroomverbruik van 500.000 huishoudens. Dat levert een forse CO₂-besparing op, elk jaar maar liefst 800.000 ton, vergelijkbaar met de uitstoot van 500.000 personenauto’s.

De verbinding

Om de opgewekte energie bij de Friese huishoudens te krijgen, koppelen we het windpark met zes 110 kV-hoogspanningskabels van 12 centimeter dik aan het net van TenneT. In totaal leggen we zo’n 60 kilometer kabel aan, waarvan 15 kilometer door de Afsluitdijk, langs de A7. Dat doen we met twee projectteams. Het ene werkt aan de verbinding van het transformatorstation op Breezanddijk naar Marnezijl, ten westen van Bolsward. Het andere tussen Marnezijl en Oudehaske bij Heerenveen, waar de stroom op het hoogspanningsnet wordt aangesloten.

Op de kruisingen brengen we de kabels ondergronds aan. Op tien locaties maken we telkens twee gestuurde boringen, samen goed voor zo’n 8 kilometer, met HDPE-mantelbuizen van 250 millimeter. Onder een kruising voeren we bovendien een avegaarboring uit van tweemaal 15 meter.

Werken op de Afsluitdijk

De techniek ligt in onze comfortzone: we hebben jarenlange ervaring met hoogspanningskabels voor transportverbindingen. Bijzonder is dat de koppeling met het hoogspanningsnet hier veel verder van het windpark ligt dan gebruikelijk. De exportkabels vormen als het ware de aorta van het project: het meeste geld gaat naar de turbines en funderingen, maar deze kabels transporteren straks het echte kapitaal, duurzame elektriciteit.

Toch kent het project de nodige complicerende factoren, en de Afsluitdijk is er daar een van. Als primaire waterkering moet de sleuf er bij dreigende zware storm binnen een paar uur weer dicht kunnen. Daarom werken we steeds in delen, met veel mensen en machines op een klein stuk grond. We leggen de kabel aan onder een bestaand fietspad, dat we afbreken en weer opbouwen, en we zetten de dijk deels af, wat om complexe verkeersmaatregelen vraagt. Daarvoor schakelen we de expertise van zusterbedrijf KWS in.

Ook de grond zelf is een uitdaging. Een hoogspanningskabel geeft warmte af en de omringende grond moet die veilig afvoeren, anders wordt de kabel te heet en verliest hij transportvermogen. De Afsluitdijk ligt ver boven NAP, waardoor de grond kan uitdrogen en er een isolerende luchtlaag rond de kabel ontstaat. Dat lossen we op door de bestaande grond te vervangen door backfillzand: een zandsoort die de warmte beter naar de omgeving geleidt.

Communicatie met de omgeving

Een ambitieuze planning laat weinig ruimte voor tegenvallers en daarom is omgevingsmanagement cruciaal. Stakeholders als landeigenaren en bewoners moeten weten wanneer we aan de slag gaan en hoe we het aanpakken Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat we onze afspraken nakomen. Dat vraagt om heldere communicatie, ook als het tegenzit. Op dit traject maken we met veel partijen werkafspraken: niet alleen met Rijkswaterstaat, die de grond langs de A7 bezit, maar ook met de landeigenaren in het gebied. We werken daarom met een flexibele schil van lokale aannemers. Zij kennen de grondeigenaren vaak goed en helpen ons bij het maken van werkafspraken. Zo raakten we tijdens een schouw in gesprek met een lokale aannemer die een sloot opschoonde. Hij bleek dat voor 80 procent van de eigenaren in het gebied te doen. Iemand als hij komt veel makkelijker bij de mensen binnen dan wij. Daar profiteren we allebei van: hij is verzekerd van werk, wij maken gebruik van zijn netwerk.